Enschede is een stad en gemeente in Twente, in het zuidoosten van de Nederlandse provincie Overijssel. Enschede grenst in het oosten
aan de Duitse gemeente Gronau, in het zuidwesten aan de gemeente Haaksbergen, in het westen aan de gemeente Hengelo, in het noordwesten aan de
gemeente Dinkelland, in het noorden aan de gemeente Oldenzaal en in het noordoosten aan de gemeente Losser.
De gemeente telt 154.767 inwoners (1 februari 2008, bron: CBS) en de stad 139.494 inwoners (2005). Enschede is daarmee de grootste stad van
Overijssel en de dertiende stad naar grootte van Nederland. De gemeente Enschede maakt deel uit van het kaderwetgebied 'Regio Twente' en van de
'Euregio Gronau-Enschede'.
De stad bleef relatief onbetekenend tot in de achttiende eeuw toen de textielnijverheid tot ontwikkeling kwam. Na de onafhankelijkheid van
België in 1830 werd de textielindustrie in Twente sterk gestimuleerd door het Rijk, Enschede ontwikkelde zich tot hoofdplaats van deze
nijverheid. De derde stadsbrand van 1862 (de eerste was in 1517, de tweede in 1750), waarbij nagenoeg de hele stad werd verwoest, zorgde ervoor
dat deze ontwikkeling in een stroomversnelling terecht kwam.
Enschede groeide uit tot het belangrijkste centrum van textielproductie in Nederland. De bevolking van de textielstad vervijfvoudigde tussen
1870 en 1900. Textielfamilies als Van Heek, Ter Kuile, Jannink, Blijdenstein en Menko vormden een machtige oligarchie die een duidelijk stempel
drukte op de stedelijke samenleving. De textiel heeft veel sporen nagelaten, onder andere in de vorm van voor die tijd zeer moderne woonwijken.
Een belangrijk voorbeeld daarvan is de Krim (1861), de eerste wijk gebouwd voor arbeiders die omstreeks 1900 werd verwaarloosd en vervolgens rond
1914 werd afgebroken. Ook het tuindorp Pathmos (1924) en de wijk de Laaresch (1930) en een aantal stadsparken zijn voorbeelden van stadsobjecten
die door textielfabrikanten zijn aangelegd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Enschede andermaal zwaar getroffen. Op 10 oktober 1943 en 22 februari 1944 werd het gebombardeerd door
geallieerde vliegers die meenden een stad in Duitsland in het vizier te hebben. Overigens was Enschede een positieve uitzondering in Nederland:
meer dan de helft van de Joodse inwoners heeft de oorlog overleefd. Landelijk was dit een kwart.
De meeste van de grote fabriekscomplexen zijn in de jaren '70 en '80 gesloopt, enkele zijn gerenoveerd en kregen een nieuwe bestemming. Zo
werden in de voormalige fabrieken van Jannink en van Van Heek woningen gerealiseerd. Daarnaast werd een deel van het Jannink-complex tot museum
omgebouwd. Na het verdwijnen van de textielindustrie in de jaren '60 en '70 ontwikkelde Enschede zich tot dienstencentrum. Op 14 september 1963
opende de nieuwe Technische Hogeschool Twente (later Universiteit Twente) haar deuren. Ook is er een aantal belangrijke zorginstellingen
gevestigd, onder meer het Medisch Spectrum Twente (MST) en revalidatiecentrum Het Roessingh. De binnenstad werd vanaf de jaren '80
gerevitaliseerd door de aanleg van een autovrij stadserf en het invullen van vrijgekomen industrieterreinen met woningen, winkelcentra en
kantoren.
Enschede vormt ruimtelijk gezien met Hengelo, Borne en het Duitse Gronau (Westfalen) een agglomeratie met bijna 400.000 inwoners. In de jaren
'90 werden er plannen ontwikkeld om de gemeenten Enschede, Hengelo en Borne samen te voegen tot één gemeente Twentestad. In 2000 werd van dat
plan afgezien, vooral omdat een in Hengelo gehouden referendum had uitgewezen dat er zo goed als geen draagvlak onder de plaatselijke bevolking
bestond. Sinds 2001 werd intensiever samengewerkt tussen de gemeenten Enschede, Hengelo, Borne en Almelo, als Netwerkstad Twente. De
Netwerkstad werkt samen met Münster en Osnabrück in de Stedendriehoek MONT (Münster, Osnabrück, Netwerkstad Twente).
Op 13 mei 2000 vond de vuurwerkramp plaats, waarbij een volledige woonwijk (Roombeek) werd weggevaagd. Er vielen 23 doden (waaronder vier
brandweerlieden) en bijna duizend gewonden. In oktober 2000 werd begonnen met het bouwrijp maken van een deel van het rampgebied. Op 1 mei 2001
gaf burgemeester Mans het officiële startsein voor het eerste wederopbouwproject. De wederopbouw is nog (2008) in volle gang, maar begint al
behoorlijk vorm te krijgen.
(bron: Wikipedia)
|